Bedrijfsopvolging kan meer dan 40% belasting kosten. Hoe voorkomt u dat?
Een familiebedrijf overdragen aan de volgende generatie lijkt vanzelfsprekend, maar fiscaal gezien kan een verkeerde aanpak grote gevolgen hebben. Zonder gebruik van de juiste regelingen kan de belastingdruk bij een bedrijfsopvolging oplopen tot ruim 40 procent. Gelukkig bestaan er faciliteiten waarmee die belastinglast aanzienlijk kan worden beperkt. Wel vraagt dit om een tijdige voorbereiding en een ondernemingsstructuur die aansluit bij de geldende regelgeving. In dit artikel nemen wij u mee langs de belangrijkste fiscale aandachtspunten voor bedrijfsopvolging anno 2026.
Fiscale regelingen bedrijfsopvolging anno 2026: de evaluatie achter de rug
De belangrijkste fiscale regelingen als het gaat om het familiebedrijf zijn de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR). Door een beroep te doen op deze regelingen kan er in het geval van de BOR een vrijstelling van schenk- en/of erfbelasting worden verkregen en zal bij de DSR een belastingclaim worden doorgeschoven naar de bedrijfsopvolger. Bij een bedrijfsopvolging van een familiebedrijf behoort vaak ook onroerend goed tot het over te dragen vermogen. Ook daarvoor is een zogenoemde vrijstelling in de overdrachtsbelasting opgenomen bij een overdracht in de familiesfeer. Van belang daarbij is dat het voor alle regelingen moet gaan om een materiële onderneming, dat wil zeggen een actieve onderneming en geen beleggingsvermogen. Per 1 januari 2024 wordt verhuurd onroerend goed per definitie uitgesloten als ondernemingsvermogen, hoe omvangrijk de verhuuractiviteiten ook zijn.
Inkomstenbelasting
In de Wet inkomstenbelasting 2001 onderscheiden we twee soorten ondernemingen: een onderneming waarvan de eigenaar wordt aangeslagen voor de inkomstenbelasting en de ondernemer die een belang in een vennootschap heeft. In de eerste situatie wordt er inkomstenbelasting geheven uit hoofde van winst uit onderneming (box 1), in de tweede situatie spreekt men van inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2).
Winst uit onderneming
Van winst uit onderneming spreekt men wanneer de ondernemer in de vorm van een eenmanszaak of in de vorm van een personenvennootschap zijn onderneming drijft.
Schenken
Indien men bij leven (een aandeel in) de onderneming overdraagt aan een bedrijfsopvolger, dan gelden daarvoor de volgende voorwaarden:
- De begiftigde is een natuurlijk persoon en dient minimaal 36 maanden in loondienst te zijn bij de onderneming of de compagnon van de schenker te zijn;
- De begiftigde dient de onderneming voort te zetten;
- In zowel de aangifte van de begiftigde als van de schenker zal verzocht moeten worden om de DSR toe te passen.
Deze DSR wordt overigens niet alleen in de familieverhouding vaak gebruikt, maar kan ook worden benut als een medewerker of compagnon de onderneming over wenst te nemen.
Overlijden
Indien een ondernemer komt te overlijden, dan zal het aandeel in de onderneming krachtens erfrecht overgaan op diens erfgenamen. In die situatie is er in de Wet inkomstenbelasting 2001 ook een mogelijkheid opgenomen om de acute afrekening te voorkomen en de fiscale claim door te schuiven naar de erfgenaam, daarvoor gelden de volgende voorwaarden:
- De erfgenaam dient de onderneming voort te zetten;
- In zowel de aangifte van de erfgenaam als van de erflater zal verzocht moeten worden om de DSR toe te passen.

Aanmerkelijk belang
Van een aanmerkelijk belang spreekt men indien de schenker of erflater 5% of meer van de aandelen houdt in bijvoorbeeld een B.V. In dat geval kan de aanmerkelijkbelangclaim, thans maximaal 31%, worden doorgeschoven naar de begiftigde of erfgenaam.
Schenken
Indien men bij leven (een gedeelte van) de aandelen in de onderneming overdraagt aan een begiftigde dan gelden daar de volgende voorwaarden voor:
- De begiftigde moet minimaal 21 jaar oud zijn;
- De begiftigde moet binnenlands belastingplichtige zijn.
Overlijden
Als sprake is van een overlijden dan gelden er ter zake van de verkrijging door een erfgenaam de volgende voorwaarden:
- De erfgenaam moet binnenlands belastingplichtig zijn;
- De verdeling c.q. verkrijging van de aandelen dient binnen twee jaar na het overlijden plaats te vinden.
Schenk- en erfbelasting
In de Successiewet 1956 is de verschuldigdheid van schenk- en erfbelasting geregeld. In deze wet is een vrijstelling opgenomen indien de onderneming als gevolg van een schenking of van een overlijden overgaat op de begiftigde, respectievelijk de erfgenaam. Waar bij de inkomstenbelasting de belastingclaim alleen wordt doorgeschoven, betreft het voor de schenk- en erfbelasting een (gedeeltelijke) vrijstelling.
De schenk- en erfbelasting wordt als volgt berekend:


De vrijstelling
De BOR stelt van de waarde van het ondernemingsvermogen het volgende vrij:
- De eerste € 1.543.500 is voor 100% vrijgesteld;
- Het meerdere is voor 75% vrijgesteld.
Daarbij wordt de 100%-vrijstelling afgezet over de totale waarde van de objectieve onderneming.
Schenken
Bij het schenken van een materiële onderneming kan de begiftigde een beroep doen op de vrijstelling indien:
- De schenker reeds vijf jaar voorafgaand aan de schenking de onderneming dreef;
- Als het om een aanmerkelijk belang gaat: de schenker de aandelen reeds meer dan vijf jaar in diens bezit had;
- De begiftigde minimaal 21 jaar oud is; en
- De begiftigde de onderneming en/of de aandelen minimaal drie jaar voortzet en in bezit houdt.
Ter zake de voortzettingseis dient de schenker in overweging te nemen de schenking herroepbaar te maken in geval van bijvoorbeeld een noodgedwongen staking of faillissement gedurende de voortzettingsperiode van drie jaar.
Overlijden
In het geval van overlijden kan de begiftigde een beroep op de vrijstelling doen indien:
- De erflater dreef reeds één jaar voorafgaand aan het overlijden de onderneming;
- Als het om een aanmerkelijk belang gaat: de erflater de aandelen reeds meer dan één jaar in diens bezit had;
- De erfgenaam zet de onderneming en/of de aandelen minimaal drie jaar voort en houdt deze in bezit.
Recente aanpassingen in de fiscale regelingen
Sinds 1 januari 2026 zijn er ter zake de inkomsten- en schenk- en erfbelasting nog aanpassingen aangebracht in de vorm van:
Rollatorinvestering
Met ingang van 1 januari 2026 wordt de eenjaarstermijn die geldt in geval van overlijden verlengd met zes maanden per jaar dat de erflater op het moment van diens overlijden meer dan twee jaar ouder is dan de pensioengerechtigde leeftijd. In geval van schenken wordt de vijfjaarstermijn ook verlengd met zes maanden per jaar dat de schenker ten tijde van de schenking zes jaar ouder is dan de pensioengerechtigde leeftijd.
Hybride aandelen
Tot 1 januari 2026 werd alleen een onderscheid gemaakt tussen normale en preferente aandelen. Vanaf 2026 is daarbij ook een variant bijgekomen genaamd hybride aandelen. Van een hybride aandeel is sprake indien het aandeel – naast een normale winstgerechtigdheid – ook voorrang kent ten aanzien van winstverdeling of liquidatieopbrengsten. De meest voorkomende variant zijn de aandelen waarbij een rentevergoeding wordt berekend over bijvoorbeeld de agio- en/of winstreserves. Deze wijziging kan verstrekkende gevolgen hebben als het gaat om de bezits- en voortzettingseis.
Dubbel-bor
Voorheen was het mogelijk de BOR meerdere keren toe te passen op dezelfde onderneming. De onderneming werd geschonken en na de voortzettingstermijn teruggekocht en na de bezitstermijn opnieuw geschonken met toepassing van de BOR. Dit is vanaf 2026 niet meer mogelijk.
Overdrachtsbelasting
Als tot het ondernemingsvermogen onroerend goed behoort dan zal er bij een rechtstreekse verkrijging van onroerend goed overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. Indien het onroerend goed zich bevindt in een rechtspersoon, dan is slechts overdrachtsbelasting verschuldigd als sprake is van een onroerendezaaklichaam (OZL).
Onroerend goed
Niet al het onroerend goed kwalificeert voor de vrijstelling als het wordt overgedragen binnen de familiesfeer. Het moet namelijk gaan om onroerend goed dat in bezit is van een ondernemer, waarbij het onroerend goed ook dienstbaar is aan de onderneming en de verkrijger de gehele onderneming (al dan niet in fasen) overneemt en voortzet. Deze formulering is strikter ten opzichte van de inkomsten-, schenk- en erfbelasting. Het kan dus zijn dat er een beroep gedaan kan worden op de DSR en de BOR, maar dat er geen vrijstelling in de overdrachtsbelasting geldt voor een bepaald onroerend goed.
OZL
Van een OZL is sprake indien meer dan de helft van de bezittingen bestaat uit onroerend goed, waarvan 30% in Nederland moet zijn gelegen (bezitseis) en waarvan de activiteiten niet voor meer dan 70% zijn gericht op de exploitatie van het onroerend goed (doeleis). Daarbij wordt onder exploitatie onder andere verhuur, handel en ontwikkeling verstaan. Wordt voldaan aan vorenstaande criteria, dan zal bij de verkrijging van aandelen overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. De overdrachtsbelasting wordt dan niet berekend over de waarde van de aandelen, maar over de waarde van het onroerend goed dat zich in de betreffende vennootschap bevindt. Deze grondslag kan (veel) hoger liggen dan de waarde van de aandelen.
Het is daarbij ook goed mogelijk dat er wel onroerend goed tot een vennootschap behoort, maar dat niet aan de zogenoemde doeleis wordt voldaan. Bijvoorbeeld omdat het onroerend goed in gebruik is door de eigen onderneming. In dat geval is er in zijn geheel geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Dit zou een overweging kunnen zijn om de ondernemingsstructuur te wijzigen (van bijvoorbeeld een eenmanszaak naar een B.V.).
Familiesfeer
Waar er bij de inkomsten-, schenk- en erfbelasting geen eisen werden gesteld aan de hoedanigheid van de verkrijger, is dat voor de overdrachtsbelasting anders. Het is namelijk zo dat alleen de kinderen, kleinkinderen, broers, zussen, of hun echtgenoten, van een ondernemer een beroep kunnen doen op de vrijstelling in de overdrachtsbelasting.
Afsluiting
Een fiscale afrekening als gevolg van een bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer kan de continuïteit van het familiebedrijf in gevaar brengen. Een goede voorbereiding en het overzien van meerdere scenario’s zijn daarvoor een must. Als het gaat om een schenking moet de ondernemingsstructuur kloppen, moet aan de voorwaarden voldaan worden en moet het moment daar naar zijn. Indien sprake is van een overlijden, dan is het de vraag of de ondernemer zijn zaken goed heeft geregeld in bijvoorbeeld het testament of overeenkomsten; tevens speelt daar ook de consensus die erfgenamen moeten bereiken over de afwikkeling van de nalatenschap.
Als ondernemer ontkom je er niet aan om bewust stil te staan bij een scenario als overlijden; keuzes kunnen daarmee wezenlijke invloed hebben op de continuïteit van de onderneming. Regeren is immers vooruitzien.

